Sinds vele jaren kennen we de belastingrente regeling. Door deze regeling is ‘sparen’ bij de Belastingdienst niet meer aantrekkelijk. Daarnaast moet u er voor zorgen dat u niet te weinig via een voorlopige aanslag gaat betalen.

Per 1 maart 2023 gaat de belastingrente omhoog van 8% naar 10,5%. Deze wordt berekend over het belastingjaar 2022 vanaf 1 juli 2023. De voorlopige aanslag voor 2022 kan, voor 1 mei 2023, worden aangepast zodat u niet tegen deze extreme rente aanloopt. Als uw aangifte Vennootschapsbelasting is ingediend voor 1 juni 2023 wordt ook geen belastingrente berekend. Ook voor oudere jaren kunt u verzoeken om een aanvullende voorlopige aanslag Vennootschapsbelasting.

Sparen bij de Belastingdienst heeft geen zin meer

Voorheen kon tegen een redelijke rente nog geld gespaard worden bij de Belastingdienst. De Belastingdienst berekende de (enkelvoudige) rente vanaf de eerste dag na het aangiftejaar. Dus bijvoorbeeld: over het aangiftejaar 2022 kreeg u rente vergoed vanaf 1 januari 2023. Ook het betalen van de belasting ging pas vanaf 1 januari 2022.

Dit gaat echter sinds enkele jaren al anders. De belastingrente wordt pas gerekend als de aanslag wordt vastgesteld na 1 juli volgende op het belastingjaar, derhalve wordt bij de aangifte inkomstenbelasting2022 pas rente vergoed vanaf 1 juli 2023 (en niet meer vanaf januari 2023). De Belastingdienst hoeft dus over 6 maanden geen rente te vergoeden. Als u vóór 1 april 2023 uw aangifte over 2022 zou indienen, krijgt u meestal vóór 1 juli 2023 uw geld terug, dit nu dus zonder enige rentevergoeding. Als u belasting moet betalen en de Belastingdienst legt u een aanslag op na 1 juli 2023, dan rekent de Belastingdienst de belastingrente tot het moment van de uiterste betaaldatum (en niet meer de dagtekening van de aanslag). Sneller de aanslag betalen heeft dus geen zin, u krijgt dan geen rentekorting.

Wat als de voorlopige aanslag te hoog is vastgesteld?

Ook dan krijgt u zelden rente vergoed. Indien de Belastingdienst te traag heeft gereageerd op een verzoek om aanpassing van de voorlopige aanslag (bezwaar/verzoek ambtshalve vermindering), dan wordt er rente vergoed. Anders niet. De rentevergoeding gaat pas in op 1 juli van het jaar na het belastingjaar. De Belastingdienst is traag als een verzoek niet binnen 8 weken is afgerond (of als de aangifte niet binnen 13 weken is afgerond resp. er een voorlopige aanslag is opgelegd). De rente wordt dan vergoed over een beperkte periode, namelijk vanaf het moment dat u heeft verzocht om de voorlopige aanslag te verminderen (via verzoek of indienen aangifte) en zes weken na de dagtekening van de uiteindelijke vermindering, dit wordt dan weer verminderd met de genoemde 6 of 13 weken.

Belastingtip invorderingsrente

Stel dat u een aanslag voldoet gedurende een bezwaar- of beroepsprocedure en uiteindelijk krijgt u dit bedrag terug, dan krijgt u geen rente vergoed. Verzoek dus altijd om uitstel van betaling.

Conclusie

Wanneer u belasting moet betalen is het verstandig om de voorlopige aanslagen op een redelijk niveau in te schatten of de aangifte voor 1 juni (na het belastingjaar) in te dienen. Als u meer belasting moet betalen dan op een voorlopige aanslag is aangegeven, is het verstandig om de wijziging vóór 1 mei (na het belastingjaar) aan de Belastingdienst door te geven.

Als u belasting terugkrijgt (of verwacht), is het verstandig om de aangifte voor 1 april (na het belastingjaar) in te dienen of een wijzigingsverzoek voor 1 mei (na het belastingjaar) te versturen.

 

Bron: Jongbloed Fiscaal Juristen